ZIEKTEBEELD

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische ziekte die ongeveer één op de honderd mensen overkomt, in Nederland naar schatting 130.000 mensen. De aandoening komt voor in de hele wereld en alle lagen van de bevolking en treft iets meer mannen dan vrouwen. Meestal openbaart schizofrenie zich voor het eerst in de leeftijd van zestien tot vijfendertig jaar. Schizofrenie kenmerkt zich in bijna alle gevallen door het optreden van psychoses. Dit zijn korte of langere perioden waarin het contact met de realiteit ernstig is verstoord. Bij schizofrenie spreekt men over positieve en negatieve symptomen. Bij positieve symptomen gaat het om kenmerkende psychotische verschijnselen als hallucinaties, wanen en verward denken. Negatieve symptomen heten zo, omdat er iets ontbreekt wat er eerst wel was. Het gaat bijvoorbeeld om vervlakking van gevoelens, het ontbreken van energie, weinig initiatief nemen, terugtrekken uit sociale contacten en minder concentratievermogen. Terwijl positieve symptomen meestal goed reageren op behandeling, is dat voor negatieve symptomen niet het geval. Voor elke patiënt zijn de gevolgen verschillend, maar vrijwel altijd zijn ze ingrijpend. Studie, relatie, hobby’s, dagelijkse bezigheden – alles blijkt plotseling minder vanzelfsprekend dan voorheen. Toekomstverwachtingen moeten worden bijgesteld. Waar anderen geleidelijk aanlopen tegen de grenzen van wat haalbaar is, worden mensen met schizofrenie in één klap met hun beperkingen geconfronteerd; idealen moeten plaats maken voor een reëler perspectief. Dat kost tijd, vraagt om aanpassingsvermogen en om een omgeving die begrip toont voor de problemen die daar onlosmakelijk mee zijn verbonden. En ook als het goed lukt om de ziekteverschijnselen te behandelen, dan blijft er altijd nog een kwetsbaarheid voor nieuwe psychoses bestaan. En met die kwetsbaarheid moet de betrokkene leren omgaan. Het is onjuist dat er bij schizofrenie sprake is van een gespleten persoonlijkheid. Het woord schizofrenie betekent letterlijk ‘gespleten geest’. Deze vertaling heeft geleid tot veel misverstanden. Mensen die aan deze ziekte lijden hebben geen gespleten persoonlijkheid of twee verschillende persoonlijkheden c.q. identiteiten. Mensen met deze ziekte kunnen niet tegen drukte, veel prikkels zorgen voor stress waardoor men zich terugtrekt en langdurige rust zoekt. Medicijnen in de vorm van anti-psychotica, die levenslang gebruikt moeten worden, zijn niet genezend maar alleen symptoombestrijdend en hebben vaak bijwerkingen. Het zich volledig zelfstandig staande houden in de maatschappij, dat wil zeggen zonder voldoende veiligheid, bescherming en passende zorg is onhaalbaar. De kwetsbaarheid voor psychose is te hoog en de emotionele, cognitieve, sociale gevolgen van de ziekte zijn te ernstig.